Infoloog, -noom of -soof?

Op LinkedIn profileer ik mij al jaren trots als Architect. Gedurende mijn loopbaan was ik diverse architecten: Software Architect, Solution Architect, Informatiearchitect, Domeinarchitect, Geo-Informatiearchitect en nu Enterprise Architect. In die hoedanigheid bracht ik vandaag weer eens een bezoek aan het Landelijk Architectuur-Congres (LAC). In zijn keynote drukte Rini van Solingen daar de neuzen van de aanwezige architecten fijntjes op het feit dat hun vak niet bestaat. Er bestaat geen vakopleiding voor. We bestaan evenmin als de eenhoorn. An unconvenient truth.

Zelf ben ik gediplomeerd informaticus. Na 20+ jaren ervaring en wat certificeringen mag ik mezelf architect noemen. Maar het is een officieuse titel. Officieel ben ik informaticus, informatiekundige. Op feestjes zeg ik gemakshalve vaak dat ik “in de ICT” zit. Een aantal jaren geleden bedacht ik daarom dat ik mezelf voortaan misschien beter infoloog kon noemen. Want beroepen die eindigen op loog hebben (in mijn beleving althans) meer befaamde beoefenaars. Denk bijvoorbeld aan Charles Darwin, Sigmund Freud en Mary Anning. Met en beroep dat eindigt op “-loog” kun je op feestjes aankomen.

Zou “infoloog” wellicht een goed aternatief voor “architect” kunnen zijn? Ik heb het zelf verzonnen begrip “infologie” eigenlijk nooit verder uitgediept. Hier doe ik een poging: Infologie bestaat uit “info” en “logie”. Info is (uiteraard) kort voor “informatie”, wat in de Romijnse tijd al “begrip, voorstelling, vorm” betekende. Het deel “-logie” betekent “-wetenschap of -theorie”, wat weer is afgeleid van -lógos (Grieks): ‘die zich met een bepaald onderwerp bezighoudt’. Een infoloog houdt zich dan (kort door de bocht geredeneerd) dus bezig met theorieen over begrip, voorstelling en vorm. Met een beetje fantasie kun je daar wel een architect in herkennen, maar het is mager.

We zouden -logie ook nog kunnen vervangen door -nomie, wat “-onderzoek, -leer of -studie” betekent, en is afgeleid van -nómos (Grieks): ordenen. Misschien zijn architecten wel “gewoon” infonomen: zij die begrip, voorstelling en vorm ordenen. Zou kunnen op zich, maar het dekt maar een deel van de lading.

Laat ik tenslotte ook nog even “-sofie” beschouwen. Ik neem weer even de korte bocht: een filosoof begeert (filo) wijsheid (sofie). Filosofie = wijsbegeerte. Zonder “filo” blijft alleen nog “wijsheid” over. Infosofen zijn erg wijs op het gebied van begrip, vorm en voorstelling. Architecten worden veel wijsheid toegedicht, dus deze past ook redelijk.

Welke van de drie uit mijn fantasie ontsproten termen zou “architect” kunnen vervangen? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, want wat is/doet een architect? Een architect houdt zich bezig met architectuur. Okee, maar wat is dan architectuur? Ik hanteer zelf meestal deze sterk vereenvoudigde definitie: architectuur beschrijft de structuur (componenten en onderlinge samenhang) van systemen, en geeft verstandige richting aan de ontwikkeling ervan. Een architect geeft richting aan de vorming van deze systemen, en maakt voorstellingen van (aspecten) van systemen zodat het begrip daarvan toeneemt. Met veel creativiteit heb ik de woorden begrip, vorm en voorstelling hierin verwerkt zodat “info” is afgedekt. Persoonlijk vind ik infosoof dan nog het beste passen. Wat denk jij?

Cloudificatie en Cloudisme

Zijn uw processen al gecloudificeerd? Of doet u niet aan cloudisme?

Twee woorden die ik uit mijn dikke duim heb gezogen, maar die op zich levensvatbaar zijn. Misschien worden ze zelfs al gebezigd, maar dat heb ik niet gecontroleerd.

Cloudificatie is dan “het geschikt maken voor de cloud”. Dat stoelt wel op de verwachting dat er iets voor nodig is om een proces (of een deel ervan) “in de cloud” te kunnen stoppen. Ik denk dat die verwachting heel rëeel is, want niet elk proces leent zich zonder meer voor de cloud. Ik heb geen diepgaand onderzoek gedaan natuurlijk. Ik baseer me op pure GBV (Gezond Boeren Verstand).

Mijn GBV zegt me bijvoorbeeld dat processen die in hoge mate bedrijfs-specifiek zijn moeilijker te cloudificeren zijn dan processen die generiek zijn of nauwelijks afwijken van de “marktstandaarden”. Dat zou dan betekenen dat cloudificatie ondermeer inhoudt dat je je processen meer moet standaardiseren om ze te kunnen verclouden.

Ook de strategische waarde van de informatie in een proces bepaalt of en de mate waarin het proces kan worden gecloudificeerd. Hoe hoger de strategische waarde, des te hoger de mate waarin de informatie beveiligd moet zijn. En laat beveiliging nou net een gevoelig onderwerp zijn in cloudificatiediscussies. Cloudificeren zou dan dus voor een belangrijk deel ook kunnen betekenen dat je het procesdeel dat je in de cloud zet ontdoet van strategische informatie en de benodigde koppeling met het oncloudificeerbare procesdeel (de toegang tot strategische informatie) goed beveiligt. Weer mijn GBV hier aan het werk hè, hier ligt geen fundamenteel onderzoek aan ten grondslag.

Cloudisme kan diverse betekenissen hebben. Ik ben daar nog een beetje zoekende. Misschien moet ik het zoeken in de sensatie. Een soort toerisme. Dan wordt de cloud een soort avontuurtje waarvan je terugkomt met foto’s. Leuk joh, clouds! Moet jij ook eens doen!

Of misschien moet ik het zoeken ik blootstelling en risico. Exhibitionisme en fanatisme dus eigenlijk. Ik durf mij bloot te stellen aan de cloud. Oeoeoe. Dat is het andere uiterste van het spectrum. Roekeloosheid is niet iets wat past bij cloudificatie.

Te denken valt ook aan een aandoening of een afwijking, maar die kant wil ik zeker niet op. Voor mijn gevoel is er niets mis met cloudisme. In tegendeel. Cloudisme is gezond.

Nee, ik voel meer voor een betekenis in de richting van een stroming: Realisme. Clouds zijn handig maar niet altijd verstandig en vice versa. Het is mooi om met je kop in de wolken te zitten, maar hou de voeten op de grond. En omgekeerd: nuchterheid is mooi, maar er stel je ook open (toch een beetje blootstelling dus) voor de mogelijkheden en voordelen van de cloud. Dát is cloudisme.