Het principe van het architectuurprincipe

Het architectuurprincipe staat de laatste tijd regelmatig ter discussie. Hebben we ze nog wel nodig? Moeten we ze niet gewoon allemaal overboord gooien? Persoonlijk denk ik dat je alleen de nutteloze en/of onhanteerbare principes overboord moet doen. Deze bederven het namelijk voor de principes die wel nuttig zijn. Iemand zei ooit eens tegen me: overbodige architectuurprincipes moeten zonder pardon overboord, en ze worden overbodig als je ermee hebt bereikt wat je wilde bereiken. Dat lijkt mij niet juist. Architectuurprincipes lijken daarmee doelen op zich, en dat voelt verkeerd.

Mijn indruk is verder dat de betekenis van het architectuurprincipe misschien niet meer helemaal zuiver is, of niet meer door iedereen op dezelfde manier wordt begrepen. Het vervelende van het woord principe is dat het meerdere betekenissen heeft. Ik laat ze hieronder maar eens de revue passeren.

Werking

Het principe van een gloeilamp is dat het licht geeft omdat er een elektrische stroom door de gloeispiraal gaat. Hierdoor wordt de gloeispiraal heet (drieduizend graden) en straalt dan licht uit. Zo werkt het. Een handige uitvinding waardoor je ’s avonds een boek kunt lezen.

Grondslag, wet

Volgens het principe van Fermat is de weg die dat licht van gloeispiraal tot jouw boek aflegt altijd de weg die in de kortste tijd kan worden afgelegd.  Een natuurkunde-wet waar geen photon aan ontkomt. Deze bewering is altijd waar. Dat is wetenschappelijk aangetoond en verklaard. Daarom mag je het als basisprincipe (grondslag, axioma) voor andere wetten gebruiken. Bijvoorbeeld voor het bepalen van de hoek waarmee licht wordt gebroken bij een materiaal-overgang (wet van Snellius).

Maar je kunt ook niet bewezen beweringen, theorieën, als grondslag voor andere stellingen gebruiken. De hedendaagse rekenkunde zou bijvoorbeeld niet kunnen bestaan zonder de theorie van het natuurlijke getal. Deze theorie, de rekenkunde van Peano, is gebaseerd op een overzichtelijk rijtje basisprincipes die ondubbelzinnige bepalen wat de reeks van natuurlijke getallen is.

Grondbeginsel

Grondbeginselen zijn fundamentele principes die de wezenlijke basis vormen van iets. In de wetenschap voer je bijvoorbeeld nooit bovennatuurlijke krachten aan als verklaring voor een verschijnsel. Vanuit dat principe ligt alles wat we niet rationeel kunnen verklaren altijd aan ontbrekend inzicht. Het is een belangrijk grondbeginsel van de wetenschap. Daarmee onderscheidt het zich van religie.

Bij religie staan hogere machten juist centraal in de verklaring van verschijnselen. Die hogere machten kunnen goden zijn, maar dat hoeft niet. Taoïsten zoeken bijvoorbeeld geen verklaring in Opperwezens, maar zien de loop der dingen eenvoudig als een natuurlijk principe. Het is zoals het is, omdat het is zoals het is.

Afspraak

Maar natuurlijk kun je als mens ook gewoon een zelf gekozen standpunt innemen. Zo kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om volgens bepaalde regels te leven. Je kunt bijvoorbeeld uit principe geen vlees eten. Of uit principe alleen aardbeien eten  die uit Nederland komen en niet in een kas zijn gekweekt. Of uit principe  geen Apple-technologie willen gebruiken. Of uit principe niet gokken. Dit soort principes zijn afspraken met jezelf, en zijn sterk bepalend voor je gedrag. Soms doe ik wel eens gek en gooi ik een principe pardoes overboord. Bijvoorbeeld als ik in november of zo plotseling overmand word door trek in aardbeien. Dan moet je wat.

Spelregels?

Terug naar het architectuurprincipe. Welke van de bovenstaande betekenissen is hierop van toepassing? Als je het mij vraagt is het principe van het architectuurprincipe dat deze houvast geeft bij het ontwerpen van solution architecturen voor nieuwe informatievoorzieningen. Een architectuurprincipe ligt in het verlengde van de strategische doelen van de organisatie. Ze dienen ertoe om de organisatie te helpen bewegen in een verstandige richting, de richting van de strategische koers. Ze dienen ertoe om nieuwe informatievoorzieningen de strategische koers zo goed mogelijk te laten ondersteunen. Zo goed mogelijk, maar het zijn ook weer geen natuurwetten waaraan geen solution architectuur ontkomt.

Op zijn best zijn architectuurprincipes dus gemeenschappelijke afspraken over de manieren waarop informatievoorzieningen mogen worden ontworpen. Deze afspraken begrenzen de ruimte waarbinnen de ontwerper autonoom kan bepalen uit welke componenten de oplossing bestaat en hoe deze met elkaar in verband staan. Zo’n afspraak wordt begrepen en gedragen door iedereen die eraan wordt onderworpen. Soms zitten ze je behoorlijk dwars en lap je ze graag aan je laars. Een beetje zoals spelregels in de sport. Dat brengt me op het idee om ook maar een fluitje om te hangen en gele en rode kaart in mijn borstzakje te steken. Natuurlijk ben ik nooit partijdig.

Infoloog, -noom of -soof?

Op LinkedIn profileer ik mij al jaren trots als Architect. Gedurende mijn loopbaan was ik diverse architecten: Software Architect, Solution Architect, Informatiearchitect, Domeinarchitect, Geo-Informatiearchitect en nu Enterprise Architect. In die hoedanigheid bracht ik vandaag weer eens een bezoek aan het Landelijk Architectuur-Congres (LAC). In zijn keynote drukte Rini van Solingen daar de neuzen van de aanwezige architecten fijntjes op het feit dat hun vak niet bestaat. Er bestaat geen vakopleiding voor. We bestaan evenmin als de eenhoorn. An unconvenient truth.

Zelf ben ik gediplomeerd informaticus. Na 20+ jaren ervaring en wat certificeringen mag ik mezelf architect noemen. Maar het is een officieuse titel. Officieel ben ik informaticus, informatiekundige. Op feestjes zeg ik gemakshalve vaak dat ik “in de ICT” zit. Een aantal jaren geleden bedacht ik daarom dat ik mezelf voortaan misschien beter infoloog kon noemen. Want beroepen die eindigen op loog hebben (in mijn beleving althans) meer befaamde beoefenaars. Denk bijvoorbeld aan Charles Darwin, Sigmund Freud en Mary Anning. Met en beroep dat eindigt op “-loog” kun je op feestjes aankomen.

Zou “infoloog” wellicht een goed aternatief voor “architect” kunnen zijn? Ik heb het zelf verzonnen begrip “infologie” eigenlijk nooit verder uitgediept. Hier doe ik een poging: Infologie bestaat uit “info” en “logie”. Info is (uiteraard) kort voor “informatie”, wat in de Romijnse tijd al “begrip, voorstelling, vorm” betekende. Het deel “-logie” betekent “-wetenschap of -theorie”, wat weer is afgeleid van -lógos (Grieks): ‘die zich met een bepaald onderwerp bezighoudt’. Een infoloog houdt zich dan (kort door de bocht geredeneerd) dus bezig met theorieen over begrip, voorstelling en vorm. Met een beetje fantasie kun je daar wel een architect in herkennen, maar het is mager.

We zouden -logie ook nog kunnen vervangen door -nomie, wat “-onderzoek, -leer of -studie” betekent, en is afgeleid van -nómos (Grieks): ordenen. Misschien zijn architecten wel “gewoon” infonomen: zij die begrip, voorstelling en vorm ordenen. Zou kunnen op zich, maar het dekt maar een deel van de lading.

Laat ik tenslotte ook nog even “-sofie” beschouwen. Ik neem weer even de korte bocht: een filosoof begeert (filo) wijsheid (sofie). Filosofie = wijsbegeerte. Zonder “filo” blijft alleen nog “wijsheid” over. Infosofen zijn erg wijs op het gebied van begrip, vorm en voorstelling. Architecten worden veel wijsheid toegedicht, dus deze past ook redelijk.

Welke van de drie uit mijn fantasie ontsproten termen zou “architect” kunnen vervangen? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, want wat is/doet een architect? Een architect houdt zich bezig met architectuur. Okee, maar wat is dan architectuur? Ik hanteer zelf meestal deze sterk vereenvoudigde definitie: architectuur beschrijft de structuur (componenten en onderlinge samenhang) van systemen, en geeft verstandige richting aan de ontwikkeling ervan. Een architect geeft richting aan de vorming van deze systemen, en maakt voorstellingen van (aspecten) van systemen zodat het begrip daarvan toeneemt. Met veel creativiteit heb ik de woorden begrip, vorm en voorstelling hierin verwerkt zodat “info” is afgedekt. Persoonlijk vind ik infosoof dan nog het beste passen. Wat denk jij?

Cloudificatie en Cloudisme

Zijn uw processen al gecloudificeerd? Of doet u niet aan cloudisme?

Twee woorden die ik uit mijn dikke duim heb gezogen, maar die op zich levensvatbaar zijn. Misschien worden ze zelfs al gebezigd, maar dat heb ik niet gecontroleerd.

Cloudificatie is dan “het geschikt maken voor de cloud”. Dat stoelt wel op de verwachting dat er iets voor nodig is om een proces (of een deel ervan) “in de cloud” te kunnen stoppen. Ik denk dat die verwachting heel rëeel is, want niet elk proces leent zich zonder meer voor de cloud. Ik heb geen diepgaand onderzoek gedaan natuurlijk. Ik baseer me op pure GBV (Gezond Boeren Verstand).

Mijn GBV zegt me bijvoorbeeld dat processen die in hoge mate bedrijfs-specifiek zijn moeilijker te cloudificeren zijn dan processen die generiek zijn of nauwelijks afwijken van de “marktstandaarden”. Dat zou dan betekenen dat cloudificatie ondermeer inhoudt dat je je processen meer moet standaardiseren om ze te kunnen verclouden.

Ook de strategische waarde van de informatie in een proces bepaalt of en de mate waarin het proces kan worden gecloudificeerd. Hoe hoger de strategische waarde, des te hoger de mate waarin de informatie beveiligd moet zijn. En laat beveiliging nou net een gevoelig onderwerp zijn in cloudificatiediscussies. Cloudificeren zou dan dus voor een belangrijk deel ook kunnen betekenen dat je het procesdeel dat je in de cloud zet ontdoet van strategische informatie en de benodigde koppeling met het oncloudificeerbare procesdeel (de toegang tot strategische informatie) goed beveiligt. Weer mijn GBV hier aan het werk hè, hier ligt geen fundamenteel onderzoek aan ten grondslag.

Cloudisme kan diverse betekenissen hebben. Ik ben daar nog een beetje zoekende. Misschien moet ik het zoeken in de sensatie. Een soort toerisme. Dan wordt de cloud een soort avontuurtje waarvan je terugkomt met foto’s. Leuk joh, clouds! Moet jij ook eens doen!

Of misschien moet ik het zoeken ik blootstelling en risico. Exhibitionisme en fanatisme dus eigenlijk. Ik durf mij bloot te stellen aan de cloud. Oeoeoe. Dat is het andere uiterste van het spectrum. Roekeloosheid is niet iets wat past bij cloudificatie.

Te denken valt ook aan een aandoening of een afwijking, maar die kant wil ik zeker niet op. Voor mijn gevoel is er niets mis met cloudisme. In tegendeel. Cloudisme is gezond.

Nee, ik voel meer voor een betekenis in de richting van een stroming: Realisme. Clouds zijn handig maar niet altijd verstandig en vice versa. Het is mooi om met je kop in de wolken te zitten, maar hou de voeten op de grond. En omgekeerd: nuchterheid is mooi, maar er stel je ook open (toch een beetje blootstelling dus) voor de mogelijkheden en voordelen van de cloud. Dát is cloudisme.